Je cyclus wordt aangestuurd door een kleine groep hormonen die stijgen en dalen om de ovulatie en menstruatie te reguleren.
Oestrogeen
Oestrogeen speelt een belangrijke rol in de eerste helft van de cyclus. Dit hormoon helpt het baarmoederslijmvlies opnieuw op te bouwen na de menstruatie. Terwijl een eicel zich ontwikkelt in de eierstok, stijgt het oestrogeenniveau geleidelijk. Deze toename hoort bij de fase die leidt naar de ovulatie.
Progesteron
Progesteron is vooral actief na de ovulatie, in de tweede helft van de cyclus. Dit hormoon helpt het baarmoederslijmvlies in stand te houden ter voorbereiding op een mogelijke zwangerschap. Wanneer er geen bevruchting plaatsvindt, daalt het progesteronniveau. Door deze daling wordt het baarmoederslijmvlies afgestoten en begint de menstruatie.
LH, luteïniserend hormoon
LH speelt een centrale rol rond de ovulatie. Een korte maar sterke stijging van dit hormoon zorgt ervoor dat de rijpe eicel uit de eierstok vrijkomt. Zonder deze LH-piek vindt er geen ovulatie plaats.
FSH, follikelstimulerend hormoon
FSH is vooral actief aan het begin van de cyclus. Dit hormoon stimuleert de rijping van een follikel in de eierstok die een eicel bevat. Hiermee start een nieuwe cyclus.
Hoe deze hormonen samenwerken
Aan het begin van de cyclus stimuleert FSH de rijping van een eicel. Terwijl dit gebeurt, stijgt het oestrogeen en wordt het baarmoederslijmvlies opnieuw opgebouwd. Rond het midden van de cyclus zorgt een piek in LH voor de ovulatie. Daarna ondersteunt progesteron de tweede helft van de cyclus. Wanneer het progesteronniveau daalt, begint de menstruatie en start de cyclus opnieuw.